Alleen

Bestralingsapparaat C en ik. We zijn bekenden van elkaar geworden. Iedere dag trakteert hij me op een ‘zonnebankje’. Met mijn armen in de lucht staar ik naar de wolken aan het plafond. De laserstralen in de ruimte vallen exact op de vier tatoeage-punten op mijn lichaam. Mijn verzoek daar vier initialen van te maken is niet ingewilligd.

Bestralingsapparaat C en ik. We maken iedere dag een ruimtereis. De radiologen leggen het vlees recht, plakken hun tape en laten ons alleen. De dubbele loden deur sluit. Al zoemend en piepend draait het apparaat om mij heen. We stijgen op.

Bestralingsapparaat C en ik. Hij bestudeert me van alle kanten. Zoekt naar de goede hoek om gas te geven. Trekt zijn registers open. Schijnt met zijn groene lichtbundel op mijn borst. En deelt zijn stralen uit.

Soms overvalt het verdriet me. Daar op tafel. Hoe vaak heb ik mezelf het afgelopen jaar geen moed ingesproken? Mijn tranen weggeslikt? Mezelf gezegd nog even door te zetten, stil te blijven liggen, mijn tanden op elkaar te zetten? Bestralingsapparaat C en ik. Soms voel ik me zo diep alleen.

The National – Heavenfaced

I could walk out, but I won’t
In my mind I am in your arms
I wish someone would take my place
Can’t face heaven all heavenfaced
No one’s careful all the time
If you lose me, I’m gonna die

 

 

Een gedachte over “Alleen

  1. Heftig om te lezen, net als je vorige tekst. Kanker tast niet alleen je fysieke gezondheid aan, maar doet – misschien wel evenveel – een beroep op je psychische gesteldheid. Het soort naief onbewuste dat iedereen heeft verandert; je weet dat je ziek kunt worden, onder een auto kunt komen, of ander leed kunt ervaren, maar toch denken we daar gelukkig vaak niet aan. Met kanker wordt dat aangetast. Het meestal niet-aan-denken maakt opeens plaats voor een bewustzijn dat het allemaal wel kan. En dat is geen gemakkelijke gedachte.

Reacties zijn gesloten.